Waarom zijn investeringen nu nodig?

Nederland staat internationaal bekend om de hoge kwaliteit van het onderwijs en onderzoek van haar universiteiten. Slechts enkele andere landen staan met zo veel universiteiten in de top 200 van de wereld. Maar zonder extra investeringen is deze toppositie onhoudbaar.

Nederlandse wetenschap onder grote druk

Terwijl ons land is gebouwd op wetenschap en innovatie, is hier de afgelopen jaren flink op bezuinigd. Tot op heden is het gelukt de prestaties hier niet al te zeer onder te laten lijden. Zo doen Nederlandse onderzoekers het nog goed in Europese programma’s en won de Groningse hoogleraar Ben Feringa in 2018 nog de Nobelprijs. Maar zulke prestaties kennen een steeds hogere prijs. De werkdruk onder wetenschappers is onacceptabel hoog. Door de groei van het aantal studenten is er steeds meer tijd nodig voor het onderwijs; onderzoek wordt daardoor te vaak gedaan in de avonduren en weekenden. Dit is geen houdbare situatie.

Na een onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer concludeerde onderzoeksbureau PwC in 2021 dat de bekostiging van universiteiten tekort schiet: er is een investering van € 1,1 miljard nodig. Als we dit niet doen, kan de wetenschap ons land niet meer de innovatieve oplossingen bieden die we zo hard nodig hebben. En dat terwijl de Nederlandse economie en maatschappij varen op de kennis die op universiteiten wordt ontwikkeld. Die kennis zorgt ervoor dat bedrijven nieuwe producten en ziekenhuizen nieuwe medicijnen kunnen ontwikkelen. Zo zorgt Wageningen University voor grote stappen in de CRISPR-Cas technologie, ontwikkelde Tilburg University algoritmes om het Wereldvoedselprogramma efficiënter te maken, en ontwikkelde de Rijksuniversiteit Groningen nieuwe antibiotica tegen multiresistente bacteriën (zie voor meer voorbeelden hier). De universiteiten kunnen die kennis alleen ontwikkelen en verspreiden, als zij hiervoor voldoende gefinancierd worden. Daarom is het van groot belang om nu structureel te investeren.

Investeringen in R&D blijven achter

Dat Nederland nu niet voldoende investeert, blijkt ook uit een blik over de grenzen. Duitsland en Zwitserland geven meer dan 3% van hun bbp uit aan onderwijs en innovatie, terwijl Nederland al jaren blijft steken op 2,2%. Daarmee blijft Nederland ook achter op het OESO-gemiddelde van 2,4%, de eigen kabinetsdoelstelling van 2,5% en de Europees afgesproken ambitie van 3%.

Basis van het onderzoeksveld wordt uitgehold

Van het geld dat we als land aan onderzoek en innovatie uitgeven, is bovendien een steeds kleiner deel beschikbaar voor de ‘basis’: de ontwikkeling van jong onderzoekstalent, infrastructuur zoals onderzoekslabs, en ongebonden onderzoek waarvan de maatschappelijke waarde van te voren niet bekend is. Universiteiten zijn steeds afhankelijker geworden van middelen die in competitie worden verdeeld, door onderzoeksfinanciers als NWO (2e geldstroom), de EU, gezondheidsfondsen en private partijen (3e geldstroom). Dat is te zien in onderstaande grafiek.

Ook het onderzoek van PwC naar de financiering van de universiteiten toont deze ontwikkeling aan: “Het vrij besteedbare onderzoeksbudget maakt naar schatting slechts 4% uit van de totale onderzoeksinkomsten van het wo&o. De academische ruimte om nieuwe onderzoeksterreinen te ontginnen die niet vastliggen in individuele onderzoekaanvragen is daarmee beperkt.” Een belangrijk nadeel hiervan is dat wetenschappers minder grensverleggend, fundamenteel onderzoek kunnen starten: onderzoek waarvan de uitkomsten zeer onzeker zijn, maar wat potentieel baanbrekend is. Veel externe financiers zijn immers niet geneigd dit risicovolle onderzoek te financieren. Bovendien betekent het toenemend belang van externe geldstromen dat wetenschappers veel tijd moeten besteden aan het schrijven (en beoordelen) van onderzoeksvoorstellen. Dit terwijl de kans dat aanvragen worden toegekend al jaren afneemt. Zie voor meer informatie over de hoge ‘aanvraagdruk’ ook deze Rathenau-factsheet.

Kwaliteit academisch onderwijs komt in het geding

Door deze veranderingen in de financiering van universiteiten zetten we niet alleen de kwaliteit van het onderzoek op het spel, maar ook de kwaliteit van het onderwijs. Immers, de kwaliteit van het academisch onderwijs staat of valt bij een sterke verbinding tussen onderzoek en onderwijs. Of zoals het recente onderzoek van PwC concludeert: “De verwevenheid van de kerntaken onderwijs en onderzoek vormt de basis van ons universitaire model.”

Alleen als studenten college krijgen van ervaren onderzoekers en zelf leren participeren in onderzoeksprojecten, lukt het om een onderzoekende en kritische werkhouding te ontwikkelen. En dus zou de overheid bij een forse toename van het aantal studenten ook meer in onderzoek moeten investeren. Uit onderstaande grafiek blijkt dat dit de afgelopen jaren niet is gebeurd: per student ontvangt de universiteit steeds minder bekostiging voor onderwijs en onderzoek.

Kortom, de investeringen in onderzoek en innovatie zijn te beperkt, de basis van het onderzoeksveld wordt uitgehold, de rijksbijdrage per student daalt en als gevolg van dit alles loopt de werkdruk op de universiteiten verder op. Met de huidige middelen kunnen universiteiten geen topprestaties blijven leveren: er is een tekort van €1,1 miljard. Daarom roepen wij het volgende kabinet op: spreek de ambitie uit om 3% van het bbp te investeren in onderzoek en innovatie, en zet deze ambitie om in investeringen. Want investeren in wetenschap is investeren in onze toekomst. Hoe? Lees meer over ons investeringsvoorstel.

Share on twitter
Share on email
Share on linkedin
Share on facebook